Skip to content

Brief aan minister Opstelten

september 27, 2011

Mijn Renault in Nice, september 2007. De kentekenplaten en de voorbumper zijn inmiddels gestolen. De motor is defect. Er kan niet meer met de auto worden gereden.

Ministerie van Veiligheid en Justitie

 t.a.v. mr. Ivo W. Opstelten

Postbus 20301

2500 EH Den Haag

Geachte minister Opstelten,

Op 14 november 2005 kocht ik een tweedehands Renault-Express, voorzien van het kenteken VV-99-TX. De auto was toen al ruim 12 jaar oud.

In hetzelfde jaar verliet mijn echtgenote mij, waardoor het gezinsinkomen werd verminderd met € 1200,- per maand, terwijl de vaste lasten gelijk bleven. In mei 2007 werd mijn hypotheek verhoogd van € 550,- naar € 920,- en kon ik mijn vaste lasten niet meer opbrengen. De schuldeisers legden beslag op mijn arbeidsongeschiktheids-uitkering, waardoor ik moest rondkomen van 90% van het minimumloon. Ik raakte zwaar overspannen, heb mijn Renault-Express volgeladen met persoonlijke spullen, en ben in juni 2007 naar Zuid-Frankrijk gevlucht.

De Renault Express is door mij op 20 september 2007 voor € 100,- verkocht aan dhr. Zineb Hammouche te Nice. Het voertuig was toen inmiddels zo’n 15 jaar oud. Het was defect en niet meer te gebruiken. Dhr. Hammouche had eveneens een Renault Express, van hetzelfde type, en heeft het voertuig gekocht voor onderdelen, om het vervolgens te slopen.  Helaas is het begrip “vrijwaringsbewijs” in Frankrijk onbekend. Derhalve heb ik dhr. Hammouche verzocht een door mijzelf opgesteld bewijs van vrijwaring te ondertekenen. Om het voertuig formeel te kunnen laten overschrijven op naam van dhr. Hammouche, zou het officieel in Frankrijk moeten worden ingevoerd en gekeurd. De kosten die daarmee gemoeid waren zouden de aanschafprijs van de auto vele malen hebben overstegen, en omdat dhr. Hammouche niet voornemens was de auto ooit nog op de openbare weg te brengen, werd daarvan in goed overleg afgezien.

Op 20 juli 2009, bijna twee jaar nadat de auto was gesloopt, constateerde de registercontrole van de RDW te Veendam dat het keuringsbewijs van de auto zijn geldigheid had verloren. Mij werd een sanctie opgelegd van € 90,- + € 6,- administratiekosten. Omdat ik geen vaste woon- en verblijfplaats had bereikte dit schrijven mij pas op 8 oktober 2009. Ik stuurde onmiddellijk een brief naar het CJIB, waarin ik de situatie uitlegde en een kopie van het zelf opgemaakte vrijwaringsbewijs bijvoegde.

Niet alleen vond ik het onredelijk om een administratieve sanctie te moeten betalen voor een “overtreding” met een voertuig dat al bijna twee jaar daarvoor was gesloopt, ook kon ik de boete niet betalen omdat ik moest rondkomen van zo’n € 700,- per maand. Dus toen de officier van justitie te Leeuwarden mij op 2 november 2009 liet weten dat ik schriftelijk beroep kon instellen bij de kantonrechter, heb ik dat gedaan, maar was ik niet in staat om de zekerheid ter hoogte van de (inmiddels verhoogde) sanctie te stellen. Ik heb getracht de kantonrechter duidelijk te maken dat ik niet over de financiële middelen beschikte om aan de verplichting tot zekerheidstelling te voldoen.

Op mijn verzoek verklaarde de RDW te Veendam het kentekenbewijs VV-99-TX ongeldig op 4 november 2009, omdat “het voertuig voorgoed was uitgevoerd”.  Op 9 november 2009 liet de belastingdienst mij weten dat het voertuig uit de administratie van de belastingdienst was verwijderd en dat ik de toegezonden rekeningen niet hoefde te betalen.

Op 25 mei 2010 nam de rechtbank te Rotterdam de volgende beslissing inzake mijn beroep bij de kantonrechter: “Betrokkene heeft echter nagelaten binnen de in die brieven genoemde termijn zekerheid te stellen. (…) Betrokkene wordt derhalve niet-ontvankelijk verklaard in het beroep.”

Toen ik vervolgens niets meer van het CJIB vernam, ging ik ervan uit dat het CJIB hetzelfde besluit had genomen als de RDW en de belastingdienst, en dat de kwestie hiermee was afgedaan.

In oktober 2010 verhuisde ik van Zuid Frankrijk naar Engeland. In juli 2011 keerde ik berooid terug naar Nederland en meldde ik mij aan voor de schuldhulpverlening. Op 1 september 2011 werd mij een woning aangeboden in Rockanje, waar ik sindsdien woonachtig ben en moet rondkomen van de beslagvrije voet.

Op 13 september 2011 kreeg ik echter van het CJIB een “betalingsoverzicht beroep kantonrechter”, hetgeen erop neerkomt dat ik vóór 25 oktober 2011 € 174,75 moet betalen voor een “overtreding” die is geconstateerd bijna twee jaar nadat het voertuig in kwestie was gesloopt.

Tot zover de chronologie van de gebeurtenissen.

Rechtmatigheid versus rechtvaardigheid

Afgezien van het feit dat ik niet in staat ben om het bedrag van € 174,75 te voldoen, begrijp ik niet waarom het CJIB niet net zoals de belastingdienst en andere schuldeisers gebruik heeft gemaakt van het traject van het beslag op mijn uitkering. In dat geval zou mijn besteedbaar minimum inkomen niet worden aangetast. Nu moet ik mij zorgen gaan maken om brieven van de gerechtsdeurwaarder en de kans op beslaglegging op de weinige goederen die ik heb. Ik ben nog steeds overspannen en kan die druk niet aan.

In de ogen van uw ambtenaren zal de procedure rechtmatig zijn. Ik ben al jaren op zoek naar een ambtenaar op uw ministerie die de bereidheid en de bevoegdheid heeft om de zaak niet zwart-wit te zien, maar de redelijkheid van mijn verzoek om kwijtschelding inziet en daar naar te handelen. Een dergelijke ambtenaar heb ik op uw ministerie tot dusver niet gevonden.

Hoe “rechtmatig” het besluit van uw ministerie ook mag zijn, de rechtvaardigheid is zoek wanneer ik een boete zou moeten betalen voor het feit dat het keuringsbewijs van de auto zijn geldigheid had verloren bijna twee jaar na de sloop van de auto. Ook het feit dat de kantonrechter mij niet-ontvankelijk verklaarde omdat ik geen zekerheid had gesteld, terwijl ik had uitgelegd dat ik financieel niet in staat was om zekerheid te stellen, zal “rechtmatig” zijn in de ogen van de ambtenaren, maar heeft niets met rechtvaardigheid te maken. Het Nederlands recht kent zijn beperkingen, maar daar valt in een gerechtelijke procedure iets aan te doen. Tenzij het gerechtelijk systeem een financiële drempel opwerpt die voor de meeste mensen wel te overbruggen is, maar niet wanneer je in het buitenland moet zien rond te komen van de zgn. “beslagvrije voet”.

Geen enkele wetgeving is perfect en allesomvattend, en dat geldt zeker voor het Nederlands recht. Wanneer het Nederlands recht er echter van uitgaat dat het geen rekening hoeft te houden met afwijkende Franse wetgeving, alhoewel een “overtreding” van dat Nederlands recht zich afspeelt in Frankrijk, m.b.t. een auto die al twee jaar niet meer op Nederlands grondgebied is geweest, en er duidelijk sprake is van een significante discrepantie tussen rechtmatigheid en rechtvaardigheid, en wordt het tijd een beroep te doen op het Europees Hof. Ik heb geen andere keus, omdat het CJIB zich in deze kwestie al jaren star en onredelijk blijft opstellen.

De kwestie is veelomvattender dan uw ambtenaren kennelijk beseffen. Wanneer het Nederlands recht zich uitstrekt over in Nederland geregistreerde voertuigen die zich in Frankrijk bevinden, zou dit betekenen dat oudere voertuigen éénmaal per jaar naar Nederland dienen terug te keren om aldaar te worden gekeurd. Dit omdat een Franse keuring de goedkeuring van de Nederlandse wetgever niet kan wegdragen en dus niet door de Nederlandse wetgever wordt geaccepteerd. Bovengenoemde administratieve sanctie is mij immers opgelegd omdat ik heb verzuimd mijn inmiddels verkochte en gesloopte auto naar Nederland te vervoeren alvorens het keuringsbewijs zijn geldigheid had verloren.

Ook valt te bezien in hoeverre de zgn. “registercontrole” van de RDW wetmatig juist is. Immers, een overtreding van de wegenverkeerswet dient te worden geconstateerd (hetzij door een politie-ambtenaar, hetzij door electronische apparatuur) op het moment dat die overtreding plaatsvindt. Vroeger gebeurde dat ook. Dan reed de RDW rond en fotografeerde kentekens van auto’s die zich op de openbare weg bevonden. De eigenaren van onverzekerde en ongekeurde auto’s, of auto’s waarvoor geen wegenbelasting was betaald, kregen vervolgens een boete. Wetmatig was dit juist. De registercontrole is een ander verhaal en de wetmatigheid ervan zou dienen te worden onderzocht door het Europees Hof.

Ik ben eind juni 2007 in Frankrijk gearriveerd in overspannen toestand. Ik wist niet hoe lang ik in Frankrijk zou blijven, ik wist niet of ik ooit naar Nederland wilde terugkeren. Ik heb derhalve de auto niet officieel uit Nederland geëxporteerd. Enkele weken na mijn aankomst in Frankrijk raakte het voertuig onherstelbaar defect en had het importeren van de auto in Frankrijk geen zin meer, omdat dit een kostbare aangelegenheid is waarvoor bovendien een keuring van de auto noodzakelijk is. Defecte automobielen krijgen in Frankrijk geen keuringsbewijs.

Uw ambtenaren zullen zich wellicht verdedigen met de opvatting dat dit allemaal niet zou zijn gebeurd wanneer ik in Nederland was gebleven. Echter, door het ontstaan van de Europese Unie ben ik Europees staatsburger geworden en heb ik, met behoud van mijn rechten, evenveel recht op verblijf in andere bij de E.U. aangesloten landen dan ik in Nederland heb. En van die keuzemogelijkheid heb ik gebruik gemaakt.

Ik kom tenslotte terug op mijn opmerking dat geen enkele wetgeving perfect en allesomvattend is. Zou de Nederlandse wetgeving dat wel zijn, dan zou ik thans niet met bovengenoemde problematiek worden geconfronteerd en zou ik de zaak niet hoeven voorleggen aan het Europees Hof.

Hoogachtend en met vriendelijke groet,

Jaap van der Wijk

Lees hier mijn reactie op het antwoord van minister Opstelten

2 reacties leave one →
  1. september 27, 2011 3:01 pm

    Kafka

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers op de volgende wijze: